Afwijkende werkmethode
| Afwijkende werkmethode asbest |

Veilig afwijken bij asbestprojecten
Bij asbestprojecten kan de standaard werkwijze uit het inventarisatierapport botsen met de praktijk. Instortingsgevaar, brandrisico of beperkte bereikbaarheid kunnen grotere risico’s vormen dan asbest zelf. De wet biedt dan ruimte voor een alternatieve werkmethode volgens artikel 37 uit het procescertificaat voor asbestinventarisatie en verwijdering. Future-Proof onderbouwt en toetst deze afwijking, zodat u veilig, verantwoord en zonder onnodige vertraging kunt doorwerken.
Afwijkende werkmethode is gezonder en veiliger
In complexe projecten lopen werkgevers en opdrachtgevers tegen situaties aan waarin de voorgeschreven saneringsmethode niet uitvoerbaar of zelfs onveiliger is. Denk aan zwakke dakconstructies, instabiele installaties of beperkte vluchtmogelijkheden.
Artikel 37 van het certificatieschema maakt een alternatieve werkmethode mogelijk, mits deze aantoonbaar minimaal gelijkwaardig is op het gebied van asbestblootstelling. Dat vraagt om een integrale risicoafweging. Niet alleen vezelconcentraties, maar ook fysieke belasting, uitvoerbaarheid en beheersbaarheid spelen een rol.
Klantcase
In een project met asbestcement-rioleringsbuizen in een kruipruimte bleek de standaardwerkwijze niet verantwoord. De buizen lagen deels onder water, wat leidde tot slechte zichtbaarheid, beperkte beheersing en verhoogde veiligheidsrisico’s voor medewerkers. Door toepassing van een alternatieve werkmethode is de vloer boven de kruipruimte verwijderd en kon de sanering in de open lucht plaatsvinden. Het aanwezige water is vooraf gefilterd afgepompt om emissie naar de omgeving te voorkomen. Deze aanpak resulteerde in betere beheersing van zowel asbest- als niet-asbestgerelateerde risico’s en een aantoonbaar veiligere uitvoering binnen het kader van artikel 37.
Alternatieve werkmethode in praktijk en wetgeving
Wettelijk kader en verantwoordelijkheid;
Artikel 37 stelt duidelijke eisen. Afwijken mag alleen wanneer de alternatieve werkmethode minimaal gelijkwaardig is in bescherming tegen asbestblootstelling. De onderbouwing moet toetsbaar zijn en beoordeeld worden door een deskundige.
Risicoafweging breder dan asbest;
In de praktijk zien wij dat secundaire risico’s vaak dominanter zijn dan asbestrisico’s. Denk aan valgevaar, instorting of brandbelasting. Door risico’s systematisch te vergelijken ontstaat een realistische veiligheidsstrategie in plaats van een papieren oplossing.
Objectieve onderbouwing;
Waar nodig voeren wij blootstellingsmetingen uit, bijvoorbeeld conform NEN 2939. We leggen de vergelijking transparant vast en maken inzichtelijk waarom het alternatief minimaal gelijkwaardig is.
De rol van Future-Proof;
Wij opereren als onafhankelijke schakel tussen opdrachtgever, asbestverwijderaar en deskundige beoordelaar. We vertalen wetgeving naar uitvoerbare praktijk en zorgen dat het alternatief niet alleen juridisch klopt, maar ook werkbaar is op de bouwplaats of in de industriële omgeving.
Wij onderzoeken asbest risico's
Herkennen
- Standaard aanpak niet uitvoerbaar
- Veiligheidsrisico's domineren
- Project dreigt stil te vallen
- Onzekerheid bij uitvoerders
Beoordelen
- Vergelijking alle risico's
- Analyse blootstelling werknemers
- Inzet van metingen indien nodig
- Toetsing door deskundige
Beheersen
- Alternatieve werkmethode op maat
- Heldere schriftelijke motivatie
- Afstemming met alle partijen
- Draagvlak bij toezicht

Future-Proof beoordeelt situaties ter plaatse. Wij spreken met uitvoerders, projectleiders en veiligheidskundigen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat er écht speelt.
In projecten zien wij vaak spanning tussen planning, veiligheid en regelgeving. Onze rol is om die spanning te vertalen naar een onderbouwde beslissing. Geen theoretische exercitie, maar een alternatief dat uitvoerbaar, toetsbaar en uitlegbaar is richting directie en inspectie. Dat maakt het verschil tussen vertraging en voortgang. Als voorbeeld kun je in een totaalsloop soms asbest in de kruipruimte veiliger weghalen in het sloopproces dan voorafgaand daaraan. Dat scheelt veel arbeidsrisico's en inspanning.
Veelgestelde vragen
-
Wanneer mag een alternatieve werkmethode worden toegepast?
Alternatieve werkmethode mag worden toegepast wanneer de standaard aanpak leidt tot grotere veiligheidsrisico’s dan nodig. Dit moet worden onderbouwd volgens artikel 37 en beoordeeld door een gecertificeerd hoger veiligheidskundige of gecertificeerd arbeidshygiënist, beide in het bezit van een certificaat asbestdeskundige.
-
Wie is verantwoordelijk voor de onderbouwing?
Alternatieve werkmethode valt onder verantwoordelijkheid van de werkgever of opdrachtgever. De onderbouwing moet worden opgesteld en getoetst door een gecertificeerd hoger veiligheidskundige of gecertificeerd arbeidshygiënist, beide in het bezit van een certificaat asbestdeskundige.
-
Is een alternatieve werkmethode juridisch toegestaan?
Alternatieve werkmethode is juridisch toegestaan binnen het kader van artikel 37, mits aantoonbaar minimaal gelijkwaardig in bescherming tegen asbestblootstelling.
-
Zijn metingen altijd verplicht?
Alternatieve werkmethode vereist meestal geen metingen, maar blootstellingsmetingen kunnen zinvol zijn om de gelijkwaardigheid objectief aan te tonen.
-
Wat levert een alternatieve werkmethode op?
Alternatieve werkmethode levert beheersbare risico’s, minder projectvertraging en bestuurlijke zekerheid op. U toont aan dat veiligheid bewust en professioneel is georganiseerd.
